In de RAW-systematiek en de traditionele aannemerij vormt de UAV 2012 de basis voor de verhouding tussen opdrachtgever en aannemer. Directie en toezicht staan daarin centraal. De praktijk gebruikt beide begrippen vaak door elkaar, terwijl de UAV er een duidelijke regeling voor kent.
Dit artikel zet eerst op een rij wat de UAV 2012 over directie en toezicht bepaalt. Daarna volgt een vraag die de UAV onbeantwoord laat: hoe verdeel je de taken wanneer een directievoerder en een toezichthouder samen het werk begeleiden, en wat regel je daarvoor aanvullend?
Wat regelt de UAV 2012 over directie en toezicht?
De UAV 2012 gaat uit van een traditionele verhouding tussen opdrachtgever en aannemer: het ontwerp komt van de opdrachtgever, de aannemer voert het uit en op die uitvoering wordt toezicht gehouden. Dat toezicht is in de UAV belegd bij de directie.
De rol van de directie
UAV 2012 § 3 regelt de aanwijzing en de positie van de directie. De opdrachtgever mag een of meer personen aanwijzen om als directie op te treden of om de directie bij te staan, en mag deze personen door anderen laten vervangen.
Over de vertegenwoordigingsbevoegdheid bepaalt de UAV:
• De directie vertegenwoordigt de opdrachtgever in alle zaken die het werk betreffen, zolang en voor zover de opdrachtgever niet schriftelijk aan de aannemer van het tegendeel doet blijken.
• In de gevallen waarin de UAV uitdrukkelijk de opdrachtgever noemt, is alleen deze bevoegd.
• Zijn meerdere personen als directie aangewezen, dan wordt ieder van hen geacht de directie te vertegenwoordigen.
• Personen die zijn aangewezen om de directie bij te staan, binden deze, voor zover het tegendeel niet schriftelijk aan de aannemer is meegedeeld.
Het aanwijzen van een directie is geen verplichting. Wil de opdrachtgever geen directie aanwijzen, dan moet hij dit vóór de uitvoering van het werk schriftelijk aan de aannemer meedelen. Verlangt het niet aanwijzen of niet vervangen van een directie méér van de aannemer dan redelijkerwijs van hem kan worden gevergd, dan heeft hij recht op bijbetaling.
Daarnaast is de directie bevoegd te bepalen dat door haar aan te duiden werkzaamheden alleen mogen worden uitgevoerd in tegenwoordigheid van de directie of van door haar aangewezen personen.
Toezicht volgens § 3 lid 6
De kern van de toezichtstaak staat in UAV 2012 § 3 lid 6: de directie oefent het toezicht uit op de uitvoering van het werk en op de naleving van de overeenkomst.
Toezicht is in de UAV dus geen aparte, losstaande figuur, maar een taak binnen de rol van de directie. De directie ziet namens de opdrachtgever toe op zowel de uitvoering van het werk als de naleving van de overeenkomst.
Waarom de UAV geen toezichthouder kent
Op vrijwel elk RAW-werk spreekt men over een toezichthouder of opzichter. Toch komt de term ’toezichthouder’ in de UAV 2012 niet voor. De UAV kent twee figuren: de directie en de personen die zijn aangewezen om de directie bij te staan.
De grondslag voor de toezichthouder uit de praktijk ligt in § 3. Wie in het dagelijks spraakgebruik ’toezichthouder’ of ‘opzichter’ heet, is in de systematiek van de UAV doorgaans een persoon die is aangewezen om de directie bij te staan. Deze bijstaanders binden de directie, voor zover het tegendeel niet schriftelijk aan de aannemer is meegedeeld. De directie kan hun bevoegdheid dus beperken, mits zij dat schriftelijk aan de aannemer meedeelt.
Daarnaast verwijst de UAV op meerdere plaatsen naar ‘door de directie aangewezen personen’. Zo kan de directie vereisen dat bepaalde werkzaamheden alleen worden uitgevoerd in tegenwoordigheid van de directie of van door haar aangewezen personen (§ 3). Ook moet de aannemer ervoor zorgen dat de directie en de door haar aangewezen personen vrije toegang hebben tot terreinen, fabrieken, werkplaatsen en loodsen (§ 6).
Orders en aanwijzingen (§ 6 lid 2)
UAV 2012 § 6 lid 2 verplicht de aannemer het werk uit te voeren volgens de door de directie te verstrekken en door haar goed te keuren tekeningen. Dezelfde bepaling verplicht hem de orders en aanwijzingen op te volgen die de directie hem geeft.
Waarschuwingsplicht (§ 6 lid 14)
Tegenover die opvolgingsplicht staat een waarschuwingsplicht voor de aannemer. Volgens § 6 lid 14 is de aannemer aansprakelijk voor de schadelijke gevolgen van zijn verzuim indien de constructies, werkwijzen, orders en aanwijzingen dan wel de bouwstoffen of hulpmiddelen klaarblijkelijk zodanige fouten bevatten of gebreken vertonen, dat hij in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid zou handelen door zonder de directie daarop te wijzen tot uitvoering van het desbetreffende onderdeel van het werk over te gaan.
Uitgangspunt daarbij is dat de opdrachtgever de verantwoordelijkheid draagt voor de door of namens hem voorgeschreven constructies en werkwijzen en voor de namens hem gegeven orders en aanwijzingen (§ 5 lid 2).
Toezicht en verborgen gebreken
De UAV 2012 verbindt het toezicht ook aan de regeling voor verborgen gebreken. Een gebrek geldt pas als verborgen wanneer het ondanks nauwlettend toezicht tijdens de uitvoering, dan wel bij de opneming door de directie, redelijkerwijs niet onderkend had kunnen worden. Daarmee koppelt de UAV de positie van de directie en het uitgeoefende toezicht rechtstreeks aan de vraag wanneer een gebrek als verborgen geldt.
Directievoerder en toezichthouder in de praktijk
Op RAW-werken zijn de taken van de directie vaak verdeeld over twee personen: een directievoerder die de contractuele en juridische kant beheert, en een toezichthouder die dagelijks op het werk aanwezig is. De UAV 2012 biedt daarvoor ruimte, maar regelt de interne taakverdeling niet. Wie beide rollen instelt, organiseert die verdeling dus zelf.
De ruimte die de UAV biedt
De grondslag ligt in § 3: de opdrachtgever kan een of meer personen aanwijzen om als directie op te treden, én een of meer personen om de directie bij te staan. De directievoerder functioneert dan als directie in de zin van de UAV; de toezichthouder is de aangewezen bijstaander.
Daaraan koppelt de UAV een bevoegdheidsbepaling: bijstaanders binden de directie, tenzij het tegendeel schriftelijk aan de aannemer is meegedeeld. Zonder schriftelijke beperking mag de aannemer er dus van uitgaan dat ook de toezichthouder de directie bindt.
Bevoegdheden schriftelijk vastleggen
Leg de aanwijzing van de directievoerder én de toezichthouder schriftelijk vast, doorgaans in de opdrachtbrief, het directiestatuut of een apart aanwijzingsdocument. Neem daarin ook op welke bevoegdheden de toezichthouder wel en niet heeft. De UAV biedt die mogelijkheid uitdrukkelijk, mits de beperking schriftelijk aan de aannemer wordt meegedeeld.
Baken daarbij af:
• de bevoegdheid om orders en aanwijzingen te geven in de zin van § 6 lid 2;
• de bevoegdheid om werkzaamheden te schorsen of goed te keuren;
• de bevoegdheid om namens de directie te spreken over meer- en minderwerk, termijnen of andere contractuele kwesties.
Mandaat en taakverdeling
Naast de externe mededeling aan de aannemer verdient de interne verhouding tussen directievoerder en toezichthouder een eigen regeling, bijvoorbeeld in een mandatering of taakomschrijving. Leg daarin vast wie bevoegd is tot welke beslissingen, hoe escalatie verloopt en wie de opdrachtgever vertegenwoordigt bij formele communicatie zoals aanwijzingen, stuitingen en schriftelijke besluiten.
Heldere communicatie met de aannemer
De directie vertegenwoordigt de opdrachtgever in alle zaken die het werk betreffen, tenzij de opdrachtgever schriftelijk het tegendeel kenbaar maakt. Zijn twee personen op het werk aanwezig zonder duidelijke verdeling, dan kan de aannemer te goeder trouw afgaan op de uitlatingen van beiden. Informeer de aannemer daarom bij aanvang van het werk expliciet over wie waartoe bevoegd is en bevestig dit in het eerste directieverslag of een apart aanvangsdocument. Zo voorkom je tegenstrijdige gebondenheid.
Verslaglegging als onderbouwing
De UAV koppelt het uitgeoefende toezicht rechtstreeks aan de vraag wanneer een gebrek als verborgen geldt. Een heldere verslagleggingspraktijk is daarom van belang. Is de toezichthouder dagelijks aanwezig en de directievoerder niet, dan ligt de feitelijke uitoefening van het toezicht in de praktijk bij de toezichthouder. Afspraken over de wijze van rapporteren, het bijhouden van het werk- en dagboek en de ondertekening van directieverslagen borgen dat het toezicht ook formeel aantoonbaar is uitgeoefend.
Samenvatting
De bepalingen en de praktische uitwerking op een rij:
• De opdrachtgever wijst de directie aan (§ 3) en is in de uitdrukkelijk genoemde gevallen zelf bevoegd.
• De directie vertegenwoordigt de opdrachtgever in alle zaken die het werk betreffen en oefent het toezicht uit op de uitvoering van het werk en op de naleving van de overeenkomst (§ 3 lid 6).
• De aannemer voert het werk uit volgens de tekeningen van de directie en volgt haar orders en aanwijzingen op (§ 6 lid 2), maar moet de directie waarschuwen bij klaarblijkelijke fouten of gebreken (§ 6 lid 14).
• De term toezichthouder komt in de UAV niet voor. In de systematiek van de UAV is dit doorgaans een persoon die is aangewezen om de directie bij te staan (§ 3); de directie kan zijn bevoegdheid schriftelijk beperken.
• Wie werkt met een directievoerder en een toezichthouder, regelt aanvullend: de schriftelijke aanwijzing en bevoegdheidsbegrenzing, een interne mandaatregeling, eenduidige communicatie richting de aannemer en een gedegen verslaglegging.
Conclusie
Toezicht is in de UAV 2012 geen losse rol, maar een taak die binnen de figuur van de directie is ondergebracht. De praktijk vraagt om een expliciete invulling die de UAV zelf niet geeft. De schriftelijke vastlegging van mandaat en bevoegdheden is daarmee geen formaliteit, maar een noodzakelijke aanvulling op de voorwaarden.
Wie deze rollen in de praktijk vervult of gaat vervullen, vindt verdieping in de Opleiding Directievoering & Toezicht in de Infra. Voor een opfrissing van de basis van de UAV en de RAW-systematiek is er de training UAV en RAW in de praktijk.